Prototyping & Interactie
Inhoud
Meer dan 90% van alle processoren belandt tegenwoordig niet in een traditionele computer, maar in alledaagse apparaten zoals koffieautomaten, airbags en lantaarnpalen. Toch zijn veel van die apparaten frustrerend in gebruik: denk aan wasmachines of tandenborstels met een overvloed aan knoppen en onlogische bediening.
Hoe creëer je interactieve producten die wél prettig werken? Wat verandert er als je niet programmeert voor een laptop of server, maar voor een embedded system met sensoren, actuatoren en mechanische onderdelen? En hoe ontwerp, bouw en programmeer je zulke systemen?
In deze hands-on cursus Prototyping & Interactie staan deze vragen centraal, niet alleen vanuit de theorie maar zeker ook de praktijk. Je leert interactieve fysieke prototypes ontwikkelen met behulp van physical computing, digital fabrication en user-centered design. Na afloop kun je deze concepten ook in je eigen onderwijs toepassen. Je kunt praktische opdrachten ontwerpen en begeleiden en leerlingen op een toegankelijke manier enthousiasmeren voor het informatica vakgebied.
Tijdens de cursus staat Lili’s Proto Lab tot je beschikking: een volledig uitgeruste makerspace met onder meer 3d-printers, lasersnijder, vacuum-former, augmented-reality bovenfrees en een computergestuurde borduurmachine. En natuurlijk ontbreken ook de schroevendraaiers niet!
We beginnen met een rondje door het lab en de achtergronden van prototyping en user-centered design. Daarna volgen workshops en theorie op het gebied van 3d-design, physical computing, internet of things, 3d-printen, lasersnijden en solderen. Uiteindelijk komt alles samen in een eigen project: een interactief fysiek prototype dat een zelfgekozen concept uit de informatica op een pakkende manier uitlegt aan scholieren.
Domeinen
Deze cursus sluit aan bij het kerndomein Interactie (F) en de keuzedomeinen Physical Computing (M) en User Experience (P). Daarnaast heeft raakvlakken met onder meer Programmeren (D) en Usability (O).
Doelen
Na afloop van de cursus kun je:
- Uitleggen hoe prototyping, user-centered design, physical computing en digital fabrication technieken bijdragen aan interactieve systemen.
- Een interactief fysiek prototype ontwerpen waarin hardware, software en fysieke vormgeving geïntegreerd zijn en samen een betekenisvolle gebruikersinteractie ondersteunen.
- Microcontrollers, sensoren, actuatoren en digital fabrication technieken toepassen bij de realisatie van een interactief fysiek prototype.
- Een interactief fysiek prototype evalueren en de ontwerpkeuzes onderbouwen met argumenten uit user-centered design en aan de hand van gebruikersfeedback, en op basis daarvan verbeteringen voorstellen of doorvoeren.
Voorkennis
Basiskennis van programmeren. Deze cursus kan gelijktijdig gevolgd worden met de Inf4All cursus Programmeermethoden.
Materialen
- Online beschikbare bronnen voor zelfstudie.
- Physical computing hardware kit.
Werkwijze
Tutorials, interactieve workshops en projectwerk in het prototyping lab.
Locatie
Lili’s Proto Lab Caroline Bleekergebouw 0.20-0.26a Sorbonnelaan 4 3584 CA Utrecht
Toetsing
Toetsing bestaat uit de beoordeling van het interactieve fysieke prototype aan de hand van een prototyping rubric. Het prototype worden gedemonstreerd en gepresenteerd tijdens een mini-symposium aan het einde van de cursus.
Docenten
Drs. Lennart Herlaar is docent bij de Universiteit Utrecht en verzorgt daar vakken over computerarchitectuur en netwerken, cloud & edge computing en interactie-technologie. Ook is hij lid van de Education Board en medeoprichter van Lili’s Proto Lab, het prototyping laboratorium van de Utrechtse Bèta-faculteit.
Dr.ing. Marit Bentvelzen is sinds 2024 universitair docent aan de Universiteit Utrecht. Ze verzorgt binnen de master Human-Computer Interaction (HCI) onderwijs over kwalitatief onderzoek en het ontwerpen en ontwikkelen van prototypes. In haar eigen onderzoek richt Marit zich op de manier waarop apps, wearables en fitness trackers ons leven steeds meer meetbaar maken. Ze onderzoekt niet alleen wat deze technologieën kunnen meten, maar ook hoe die metingen onze keuzes, ons gedrag en ons beeld van een ‘goed’ of ‘gezond’ leven beïnvloeden.

